vallen

stromend van het dak, over straat

omhoog en neer in de bossen, op de heide

kan iedereen me raken

vrijheid met schrammen, liefde met tranen

bergen af, zo de put in

ik geef, of niet

ga open of niet

daartussen leegte

ik ben

of helemaal alles

of helemaal niets

ik kon kiezen en koos

waarom zou ik terug, nu ik val

op mijn plek

mijn stem zacht

mijn hart terug in mijn borst