De Taam

Tamar, Tamara, Tahar, Taam, Toep, Toepstra, Tammár, Thamar. Ik reageer op alles. Mamma zei vaak: ‘Ha, De Taam’, als ik binnenstapte.

De Taam. Niet zozeer een naam, maar meer een versimpeling. Een zelfstandig naamwoord. Een hokje. Duidelijk en voorspelbaar. Wel zo handig.

Wat? De Taam?

Ja, met donker haar, bruine ogen en een griezelige liefde voor Orangina flesjes. Die doen haar denken aan mini kernbommen.

Oh, bedoel je dat meisje dat zich vaak verloren voelt in de wereld en niet weet waar ze begint of eindigt?

Ach nee. De Taam, dat ene wat zo boos kan kijken.

Of bedoel je die meid die soms wekenlang contact met anderen vermijdt omdat ze niet nog een frons of lach kan verdragen?

Nee, kom nou. De Taam! Zoiets met een zwak voor oude mannetjes, uit Azië, vooral die met hoeden op.

Die vrouw die bang is dat niets lukt?

Hoe kom je daar bij. Táám! Dat met een gitaar en met liedjes en verhalen enzo!

Een Taam, je weet wel. Ja dat ja. Nou kijk daar is het.