ze liep van ons weg

blije kinderen van de bult rollend, het leven tegemoet schreeuwend wijzen mij lachend aan
van zij was toch ook ooit een van ons?
ze rolde als de beste en schreeuwde het aller hardst
tot de winter aanbrak en de grond hard werd
in de hoop dat de lente het gras ontdooien zou en het rollen nog sneller ging in de dooi en de dauw
zij zeggen, wij kwamen maar zij niet, hoe snel we ook tuimelden
en ook al stond zij er die ochtend ineens, onderaan de bult
toen wij zuchtend bijkwamen op het gemaaide gras en zwaaiden naar haar en het liedje zongen dat we van haar geleerd hadden
zij wist de woorden niet meer en was ze de melodie vergeten
ze liep van ons weg, achteruit
raakte nog eens de grond met de toppen van haar vingers
draaide zich om en liep ten slotte naar het verharde pad
waar rollen je bezeren zou en waar het de bedoeling is om te lopen