ik werd jarig wakker
zij uit mijn buik voedden mij
met brood, kunst en kussen
ik keek achterom
‘kijk eens naar hoe mooi’
maar bedacht me en herinnerde
achter me
is leeg
wie me voedde met bloed
en onvoorwaardelijke bewondering
overleed

maar ik niet
‘jullie zijn mijn cadeaus’
en zij was niet meer dood
want zij zou hetzelfde zeggen
als ze wakker werd