Temidden van het geschreeuw was Tammo

Er was nooit iets aan de hand. Maar agent Tammo wilde werken. Hij sloeg zijn favoriete misdaadroman dicht en ging naar buiten.

Bij de bushalte sprak hij.

‘Wees waakzaam! Er zijn boeven. Zij stelen portemonnees van slapende reizigers!’

Zoiets engs hadden de mensen nog nooit gehoord. Verward stapten ze in. Niemand deed tijdens de rit een oog dicht.

Toen ging hij verder. Bij de flat drukte Tammo op alle bellen. Hij fluisterde door de intercom.

‘Wees waakzaam! Er bestaan leugenaars. Het kunnen zelfs je buren zijn.’

Zoiets engs hadden de mensen nog nooit gehoord. Angstig sloten ze hun deuren. Niemand in de flat sprak meer met elkaar.

Daarna ging Tammo naar het voetbalstadion. Hij riep door de luidspreker.

‘Wees waakzaam! Mensen vechten als de wedstrijd voorbij is.’

Zoiets engs hadden de mensen nog nooit gehoord. Nog voor de tweede helft begon was de  tribune leeg.

De volgende dag was het hele land in rep en roer. Op het plein kwam iedereen samen.  

‘Ik wil camera’s in bussen!’

‘Bestaat er niet zoiets als een leugendetector?’

‘Voetbal moet verboden worden!’

Te midden van het geschreeuw was Tammo…

‘Waarom zijn jullie zo verdrietig?’ Het was alsof hij licht gaf.

‘We maken ons zorgen’, zeiden ze.

Tammo schudde vaderlijk zijn hoofd.  

‘Weten jullie niet wie ik ben?’

Hij wees op zijn pet. Hij legde zijn handen op zijn pepperspray en handboeien.

‘Ik ben agent Tammo. Júllie agent. Ik was er altijd al. Toen jullie onoplettend in de bus zaten, gerust in jullie huizen of wachtend op een doelpunt. De wereld is een gevaarlijke plek. Jullie hebben een beschermer nodig!’

Zoiets hadden de mensen nog nooit gehoord.

‘En die beschermer, dat ben ik! Zeg deze woorden en ik bescherm ook jou!’  

‘Zeg “ja Tammo, ik ben bang. Wil je mijn agent zijn?” ’

Na een korte stilte vielen er mensen op hun knieën en zeiden de magische woorden. Daarna kregen ze van Tammo een schouderklopje.

Maar niet iedereen vertrouwde hem.

‘De ellende begon toen hij begon te praten! Waarvoor zouden we ineens een agent nodig hebben?’, zeiden zij en verlieten het plein.

Tammo richtte het woord tot de rest.

‘Vanaf nu noem ik jullie mijn vrienden. En voor mijn vrienden doe ik alles. Bij mij zijn jullie veilig.’

Toen hij dat gezegd had stak er een sterke wind op en bewogen de bomen gevaarlijk heen en weer. Zelfs de grond leek te trillen.

Uiteindelijk ging de wind  liggen, maar Tammo was nergens meer te zien.

In de war over zijn plotselinge verdwijning, maar met een gevoel van veiligheid, zeiden de vrienden van Tammo tegen elkaar:

‘Zeker, hij gaat ons beschermen!’

Opgelucht gingen ze naar huis.

Die avond werd er in het journaal voor het eerst in de geschiedenis verdrietig  nieuws gebracht.

‘Ik zei het toch’, zei Tammo, zittend in zijn stoel met zijn misdaadroman open op schoot.

Een paar straten verderop zuchtten zijn vrienden schouderophalend.

‘Het is maar goed dat we Tammo hebben.’

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *