Potloodventers

Eens was besloten dat in een weiland

aan de rand van Groningen stad

op de restanten van een stal

ons plein zou komen

We galoppeerden als de paarden

op fietsen en rolschaatsen en we draafden

door de bosjes, roekeloos

Asfalt op het veld, een stoep, enkele bomen

Maar berenklauwen, sterker dan de stad

die slangen hebben mij nooit gepakt

En over dat asfalt kwam de messenslijper, visboer, Diepvriesman

of mannen naar de thuisprostituees

scharrelaars naar ons grofvuil

en potlootventers op hun motor

of in hun auto

of in hun jas

En wij tekenden piemels op de schaftkeet van de schoffelaars

Ach zie, ik besta er nog steeds

mijn voetstappen in het eens warme asfalt van de zomer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *