Zes min vier

– Goedemorgen lief, heb je lekker geslapen?

– Heerlijk. Is het al zo laat? Ik heb zin in ontbijt.

– Ik ook. Waar zullen we gaan eten?

– Weet ik niet. We kunnen naar de stad. Of zullen we gewoon wat verse broodjes halen bij de Aldi. Doen we onze jassen aan over onze pyjama’s. Eten we het in bed op.

~

– Was het lekker?

– Heerlijk. Is het al zo laat? Ik heb zin om naar het bos te gaan.

– Ik ook. Naar welk bos zullen we gaan?

– Weet ik niet. We kunnen naar het bos bij het dorp. Of zullen we gewoon in de auto stappen en maar zien waar we uitstappen?

~

– Mooi was het he?

– Prachtig. Is het al zo laat? Ik heb zin in eten.

– Ik ook. Wat zullen we nemen?

– Weet ik niet. We kunnen wat halen, bij de pizzeria. Of zullen we uiteten gaan? Trekken we onze mooiste kleding aan, vragen we een plek bij het raam en kiezen we van de kaart met onze ogen dicht.

~

– Goedemorgen lief, heb je lekker geslapen?

– Heerlijk. Is het al zo laat? Ik heb zin in ontbijt.

– Ik ook. Waar zullen we gaan eten?

– Weet ik niet. We weer wat verse broodjes halen bij de Aldi met de jassen over onze pyjama’s. Eten we het in bed op.

~

– Was het lekker?

– Heerlijk. Is het al zo laat? We moeten gaan.

– Ja het moet. Hebben we alles besproken?

– Weet ik niet.

– Moeten we nog iets doen?

– Weet ik niet.

~

– We zijn er. Ik zie ze al.

– Ik zal je missen.

– Ik jou ook.

~

– Liefjes, hebben jullie lekker geslapen?

– Ja! Ik wil eten.

– Ja! Ik wil eten.

– Ja! Ik wil eten.

– Dada! Ete.

– Wij ook. We gaan.

~

– Hebben we alles?

– Weet ik niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *