Wangzeer

Aan de eettafel wordt niet gepraat. Mijn broertje duimt alsof zijn leven ervan afhangt en mamma’s lippen zijn verkrampt. Ze kijkt behoedzaam als opa het suikerpotje herschikt, het koekblik en het potje met de zilveren theelepeltjes er in een rechte lijn naast zet, zoals elke woensdag. Ik schrik als ik het theelepeltje met ‘Ede’ erop zie. Opa legt het kaarsrecht voor zich neer op de tafel. In het tafelblad zijn tientallen halvemaantjes in gedrukt. Het zijn afdrukken van de nagels van mamma, mijn neefjes, mijn broertje en mij. Dicht tegen de rand van het blad zet ik een paar nieuwe halvemaantjes onder die van de vorige keer.


Mijn huid is sindsdien nog maar net hersteld. Onderweg hiernaartoe moesten we langs een viaduct. Bovenop aangekomen, keken we drie tellen uit over de ringweg en de voetbalvelden, waarna we naar beneden zoefden. Ik stak mijn voeten in de lucht.
‘Mamma?’ De haren van mijn broertje wapperden als een waarschuwend vlaggetje achterop de fiets. Maar door de harde wind hoorde mamma niet dat ik vroeg of ik vandaag naast haar mocht zitten.

Met mijn hand voel ik de nieuwe groeven die ik zojuist heb gezet in het tafelblad. Het is stil en enkel de slingerklok is te horen. Tot dat oma de ketel op het vuur zet en begint te zingen: ‘Een rivier vol van vrede in mijn hart’. Ze maakt kabbelende handgebaren op heuphoogte, van links naar rechts en weer terug en probeert er vredig bij te kijken. Nu zit ik toch weer tussen opa en de muur. Mamma bladert door de Wehkampcatalogus. Mijn draait aan zijn haar, uit zijn mond klinkt een monotoon geluid. Oma zet het tweede couplet in dat gaat over een fontein vol van blijdschap. Ook die zit in haar hart. Wanneer ze ‘tein’ zingt, klapt ze hard in haar handen en doet ze de opstijgende waterstralen na alsof ze zo genoeg vreugde kan vinden en het theewater sneller kan laten koken. Bij het derde couplet stopt oma met zingen. Het water kookt en de ketel zingt. Ze komt de kamer binnen met het dienblad en wil de thee gaan inschenken, maar mamma houdt haar tegen.
‘Laat mij maar’. Ze neemt de pot van oma over en beveelt oma te gaan zitten. Streng en duidelijk, zoals ik haar eigenlijk nooit zie. Oma zit bijna, maar dan blijft ze met haar billen een eindje boven haar stoel hangen. Ze heft haar ogen op naar het plafond, zoekend naar de rest van de liedtekst.

Opa beweegt zijn been ongeduldig op en neer en mamma giet met samengeknepen lippen thee in mijn kopje. Ik wend alvast mijn gezicht af van opa. Het bankje beweegt zo erg van zijn gewiebel dat ik bijna achterover val. Oma hangt nog steeds boven haar stoel, maar dan neemt ze een grote hap lucht, brengt ze haar handen naar haar borst en zingt ze luid.
‘Ik heb lief als mijn Jezus in mijn hart’. Opgelucht zakt ze neer in haar stoel.
‘Hé hé’, zegt opa en ik voel zijn been weer ontspannen. Ik trek mijn nagels uit het tafelblad en wacht. Het koekblik met blauwwitte bloemen gaat moeilijk open. Grote spritskoeken verspreiden een geur die me herinnert aan de vorige woensdagmiddagen naast opa. Oma gaat ermee rond.
‘Sorry hoor,’ verontschuldigt zich, ‘ze zijn al een dag oud’.
‘Je zeurt’ zegt opa.

Mijn hart klopt in mijn keel, mijn kaken staan strak en ik houd mijn ogen op mamma gericht alsof ik zo kan zeggen: let op wat er gebeurt! Maar mamma pakt een koek, neemt een hap en bladert met oma verder door de Wehkampcatalogus. In het koekblik liggen hele spritskoeken en een paar helften. Oma houdt het nu onder mijn neus. Ik kies twee grote helften die eigenlijk niet bij elkaar horen en zet me strak. Dan neem ik een hap en wacht op de smaak van boter, vanille en citroen op mijn tong. Au! Mijn wang! Een venijnige pijn zwelt aan en ik zie opa lachen met een dampend theelepeltje in zijn hand. Van schrik laat ik mijn koek uit mijn hand vallen. Ik geeft geen kik, maar een traan komt op in mijn ooghoeken. Een volgende slik ik weg. Ik kijk vragend naar opa, hij kijkt me uitdagend aan.
‘Heet he?’

Mamma en oma zien het niet, hun aandacht is bij de dusters en badstoffen pyjama’s.
‘Die zijn ruimvallend. En ook nog gemaakt van katoen!’ Oma kan niet tegen synthetisch en dus besluit ze meteen om er eentje te bestellen. Mijn broertje plakt met spuug spritskoekkruimels aan zijn vingers. Oma en mamma zijn bij de bladzijde met keukenmachines. Opa kijkt opzij.
‘Wat kijk je boos! Hee, lach eens naar opa? Kijk eens naar me’ Hij wijst naar mijn broertje.
‘Joerie lacht tenminste naar mij!’ Opa blijft aandringen en tikt dwingend op mijn zere wang, alsof hij er zo een lach uit kan duwen. Dan ineens geeft hij het op. Het is tijd voor een tukje. Opa’s oogleden sluiten zich langzaam en hij begint te knikkebollen, en ineens weet ik wat me te doen staat.

‘Wil iemand nog meer?’ vraagt mamma. Ik heb al genoeg gehad maar zeg toch ja. Als ik weer ben gaan zitten pak ik vlug mijn Nijntje theelepeltje en zet die in mijn dampende thee. Tien tellen wacht ik en dan…Nu! Met duim en wijsvinger pak ik het theelepeltje uit mijn thee. Terwijl ik de meest wraakzuchtige dingen denk brandt het theelepeltje in mijn hand en dan duw ik vol overgave de zilveren bolling tegen opa’s verweerde wang. Zijn vlees lijkt te sissen en meteen verschijnt er een dieprode plek. Opa schrikt wakker, staat onmiddellijk op maar zit klem tussen de bank en de tafel, tussen de muur en mij. Vlug zet ik het lepeltje terug in mijn thee en kijk recht voor me. Nogmaals probeert hij op te staan maar het gaat niet. En dan draait hij zich naar mij toe. Met vuur in zijn ogen kijkt hij me aan en ik ben ervan overtuigd dat hij me een rechtse gaat verkopen. Secondenlang kijken we elkaar aan terwijl zijn hand dreigend naast zijn hoofd hangt.

Maar, er gebeurt niets. Zijn gezicht verandert. Langzaam zie ik een twinkeling in zijn ogen verschijnen. Hij haalt zijn hand naar beneden en dan zie ik…begrip…respect? Oma begint de theekopjes af te ruimen en verbreekt zonder dat zij het doorheeft de patstelling tussen mij en opa. En dan, met een mierzoete stem, spreekt opa plechtig.
‘Lieverd. Wat bezielde me? Zullen we dat nooit meer doen? Dat met die hete theelepeltjes?’ Trots kijk ik naar oma, naar mijn broertje, naar mamma, maar ze zien het niet. Ik haal mijn theelepeltje uit het kopje en leg het op tafel. Mamma neemt de hoorn van de telefoon en belt met de Wehkamp.
‘Goedemiddag, ik wil bestellen. Productnummer 293944, op naam van H. T. Tuinman. Ja, op afbetaling graag’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *